Support

Royal Roofing Materials ondersteunt u graag bij de dagelijkse praktijk. Zo kunnen we aangeven welke subsidiemogelijkheden er zijn. Daarnaast bieden we beknopte verwerkingsrichtlijnen aan volgens de Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen, KOMO Kwaliteitsverklaring en specifieke productkenmerken, om het u gemakkelijker te maken.

Downloads

Bekijk de downloads zoals Komo, Dop/CPR, brochures en meer.

Alle downloads

Royal garanties

U heeft de mogelijkheid om op Royal dakbedekkingssystemen een kosteloze verzekerde garantie af te sluiten. Als u kiest voor Royal dakbedekkingssystemen met Productgarantie dan bent u verzekerd van een waterdicht dak voor een periode van minimaal tien of met nog vijf jaar extra.

Subsidies 

Profiteer van belastingvoordelen, want de overheid beloont de duurzame producten van Royal Roofing Materials. Neem voor advies contact op en dan begeleiden wij u verder.

Verwerkingsrichtlijnen

In de Royal handleiding worden verwerkingsvoorschriften en –richtlijnen beschreven. Deze handleidingen vormen een naslagwerk voor u tijdens de voorbereidings– en uitvoeringswerkzaamheden.

Veel gestelde vragen

Windbelasting bij detail aansluitingen

Bij welk systeem maak ik welke kimfixatie?

Bij bitumen systemen wordt de eerste laag dakbedekking aangebracht tot in de kim. Daarna wordt de eerste  randstrook aangebracht,  zonder open vuur. De randstrook wordt  middels schroeven en drukverdeelplaatjesin de kim  mechanisch bevestigd aan de constructieve dakvloer (dit geldt niet voor geballaste systemen). De schroeven zijn afgestemd op het materiaal van de dakvloer. Men kan hier ook een aaneengesloten rij betontegels toepassen met afmeting 50x50x6 cm.

Bij kunststof dakbedekkingen wordt de toplaag uit het vlak in de kim mechanisch bevestigd met schroeven en drukverdeelplaatjes of met een kimfixatie  profiel (gezet staal, al dan niet gecacheerd met een zelfde folie als de toplaag van de dakbedekking). Een tegelrand is hier niet mogelijk, omdat de kimfixatie tevens een functie vervuld om de krimp van het type kunststof tegen te gaan.

Uitzondering hierop is een ongewapend EPDM membraan wat niet doorboort kan worden.  Deze wordt middels een daarvoor geschikte contactlijm  in het vlak en tegen de opstand verlijmd.

Is het verplicht een randafwerking te verkleven tegen de dakrandopstand?

Het is niet verplicht een verkleving te realiseren, maar een winddichte aansluiting is wel verplicht. Een verkleving geeft de meeste zekerheid en is in één arbeidsgang te realiseren. Bitumen is zonder open vuur te verkleven en kunststof dakmateriaal is over het algemeen met een contactlijm of middels zelfklevende banen goed tegen een dakrandopstand te kleven.

Bij het mechanisch bevestigen van de randstrook of stroken zal dit moeten gebeuren met minimaal  het gelijke aantal schroeven per m² als uit de windbelastingberekening volgens NEN6707/NPR6708 volgt voor de rand en hoekzone. Daarnaast moet alsnog een verkleving of winddichte afwerking worden gerealiseerd op de voorkant van de dakrand. Dit geeft veel extra werk en minder zekerheid.

Moeten rondom dakdoorbrekingen ook fixaties gemaakt worden?

Ja, plakplaten van dakdoorvoeren moeten mechanisch worden bevestigd aan de onderconstructie. Rondom lichtdoorlatende elementen, als koepels en lichtstraten, moet een kimfixatie worden gemonteerd h.o.h. maximaal 250 mm. Bij brandmuren en opgaand werk dient een kimfixatie te worden gemonteerd en ook hier h.o.h. maximaal 250 mm in de onderconstructie.

Dakrandprofielen

Welke mogelijke dakrandprofielen zijn er?
Voor de afwerking van de dakrand, kunnen profielen van metaal, zink, aluminium, gecoat staal of – minder gebruikelijk – kunststof/ polyester. Vaak is de dakrandafwerking het enige zichtbare stukje dakwerk en speelt de uitstraling van het materiaal of de vorm van de trim een rol. Een product dat vaak wordt toegepast, is de aluminium daktrim. Deze is verkrijgbaar in verschillende soorten, zoals recht of met een ronde kraal. Ook zijn zinken deklijsten een fraaie afwerking voor de dakrand. Belangrijk is dat je de juiste trim gebruikt bij het specifieke product.
Hoe weet ik welke daktrim ik moet toepassen?

Wat in alle daksystemen kan worden gebruikt, is een dakkap of afdekkap. Deze is meestal vervaardigd uit met plastisol gecoat staal en leverbaar in diverse standaardmaten. Daarnaast is maatwerk mogelijk. Een dakkap of afdekkap wordt bevestigd op klangen of beugels.

Heb je te maken met een bitumen dakbedekking, dan adviseren wij een bitumentrim te gebruiken. Deze wordt tussen de twee lagen bitumen op de eerste randstrook aangebracht. De tweede randstrook werkt ‘m vervolgens af. Een misvatting is dat deze ook bij EPDM te gebruiken is, omdat de bitumentrim in de regel ‘standaardtrim’ wordt genoemd. Bij kunststof folies is echter een enkeltrim of monotrim van met kunststof (plastisol) gecoat staalplaat het meest geschikt. Ook kan een dubbeltrim worden toegepast, waarbij een kap over een onderlegtrim wordt geplaatst. Om een dubbeltrim te kunnen toepassen, is het noodzakelijk dat de ondergrond vlak is, omdat het kapje erop gedrukt wordt. De keuze voor een dubbeltrim is vaak esthetisch; je ziet namelijk geen naden.

Hoe zit het prijstechnisch?
De bitumentrim is in aanschaf het meest goedkoop. Dat is ook meteen de reden waarom ook bij kunststof toch vaak voor deze onterecht ‘standaardtrim’ genoemde oplossing wordt gekozen. Een kunststof trim kan tot drie keer zo duur zijn als een aluminium daktrim. Echter, deze kosten worden ruimschoots terugverdiend bij het bevestigen. Een enkel- of monotrim is bij een kunststof dakbedekking snel en eenvoudig aan te brengen. Ga je echter een bitumentrim toepassen bij een EPDM, dan ben je veel meer tijd kwijt. Bovendien heb je dan een kit nodig om het dak waterdicht af te werken. Kortom: kies bij een bitumen daksysteem voor een bitumentrim; en bij een kunststof dakbedekking voor een enkel- of dubbeltrim. Of kies voor een afdekkap, want die kan altijd!

Groendaken

Een groendak bindt fijnstof, hoe werkt dat dan?
De Sedum zal fijnstof in feite aan zich fixeren, bij reguliere regenval wordt het stof dan via de HWA afgevoerd. Iedere groenvoorziening zal in meer of mindere mate fijnstof binden, de ruwheid van stam- en bladoppervlak (kleefkracht) alsmede omgevingsfactoren zijn bepalend voor de mate waarin. Een specifieke omgevingsfactor is de locatie, vervuiling in de Randstad laat zich niet vergelijken met een landelijk gebied in de provincie. Niet te min: naar schatting kan 100m2 groendak fijnstof vastleggen gelijk aan de productie veroorzaakt door ca. 10.000 autokilometers. Groendaken zullen het fijnstofprobleem niet oplossen, wel bijdragen aan de reductie. In welke mate is iedere keer weer project/situatie afhankelijk.
Kan een groendak bijdragen aan de reductie van CO2 uitstoot?
Een groene plant heeft CO2 en water nodig om onder invloed van zonlicht glucose (energie) te maken, O2 (zuurstof) wordt als restproduct aan de lucht afgegeven: fotosynthese. Uiteindelijk zal een plant echter ook weer CO2 uitstoten, denk bijvoorbeeld aan het rottingsproces na het afsterven. Het vastleggen van, en vertragen van de CO2 uitstoot is in dat geval correcter. Indien een groendak wordt toegepast om het dak te koelen kan een reductie op de energiebehoefte van airco’s worden gerealiseerd.
Mobiroof vertraagt en vermindert de afvoer van regenwater, is dit belangrijk en hoe werkt dat?
Als gevolg van de klimaatverandering zullen we steeds vaker korte perioden met heftige regenval zien. “Verouderde” rioleringssystemen in met name binnenstedelijke gebieden kunnen deze piekbelasting vaak niet aan. Regen zal Mobiroof allereerst verzadigen, afhankelijk van de intensiteit van de regenval kan dit tot wel 2 uur duren, na verzadiging (bereiken van ca. 20 liter per m2) wordt het water afgevoerd naar de HWA. Naast deze vertraging zal de Sedum water gebruiken voor fotosynthese, tevens zal vocht uit het systeem verdampen.
Een groendak kan de levensduur van het dak aanzienlijk verlengen, hoe dan?
Vanzelfsprekend is het belangrijk dat de kwaliteit van de dakopbouw (materialen en verwerking) in orde is. Zonlicht (UV-straling), weersomstandigheden en temperatuurverschillen zijn echter de grootste veroorzakers van veroudering. Een groendak beschermt het dak tegen invallend zonlicht en de isolerende werkingen zal pieken in kou en warmte op het dakoppervlak dempen. Daarbij geeft de unieke spoel- en ventilatieruimte, wat bij ieder groendak weer anders is, het dak voldoende gelegenheid om op te drogen.
Met een groendak blijft de onderliggende ruimte koeler, hoe werkt dat dan?
Twee aspecten zijn in dit verband belangrijk: transmissie en absorptie. Er is sprake van transmissie wanneer de invallende zonnestraling de dakconstructie binnendringt en middels stralingswarmte aan de onderliggende ruimte wordt doorgegeven. Dat gedeelte van de warmte wat in het dakpakket wordt opgeslagen noemen we absorptie, deze warmte verlaat het pakket uiteindelijk naar de zijde met de laagste temperatuur. Door het invallende zonlicht simpelweg blokkeren middels een groendak wordt de dakhuid niet bereikt: transmissie en absorptie nemen significant af. Daarbij zal, indien van toepassing, de ventilatieruimte bij een groendak de absorptie beperken.
Mobiroof stelt minimale eisen aan de onderconstructie en dakopbouw, waar moet deze aan voldoen?

Onderconstructie
Mobiroof is licht van gewicht en weegt verzadigd ca. 65kg per m2. Het verzadigde gewicht is maatgevend voor de beoordeling van de belasting op de onderconstructie. Deze beoordeling dient ten alle tijden te worden uitgevoerd door een zaken kundig constructeur.

Dakopbouw
Vanzelfsprekend dient het dak te voldoen aan het Bouwbesluit, geldende NEN normen en algemene vakrichtlijnen. Indien de dakbedekking worteldoorgroei bestendig is kan Mobiroof direct op de dakhuid worden geplaatst, is dat niet het geval pas dan een Royal Sedum Protect scheidingslaag toe. In een dakopbouw zal het plaatsen van een Mobiroof groendaksysteem het bouwfysisch functioneren niet negatief beïnvloeden. De vorm en hoogte van een gebouw bepalen of er aanvullende maatregelen in verband met windbelasting noodzakelijk zijn.

Wat betekent een groendak voor de vliegvuurbestendigheid van het daksysteem?
We verwijzen hier naar de relevante BRL en NEN 6063. Indien de opbouw van het groendak (vanaf dakhuid) onder de 80mm blijft, dient de dakbedekking wel degelijk vliegvuurbestendig te zijn. De cassette van Mobiroof is 90mm, nog los van de vegetatie: een groendaksysteem met Mobiroof is dus vliegvuurbestendig.
Waarom is drainage belangrijk en hoe is dit dan bij Mobiroof geborgd?

De waterbufferende functie en het drainerend vermogen van een groendaksysteem dienen in balans te zijn. Een gesloten “pot” zal immers maximaal water bufferen, maar uiteindelijk de beplanting doen afsterven. Het drainerend vermogen is dus essentieel ter bescherming van het microklimaat.

Mobiroof
De cassettes van Mobiroof zijn specifiek geperforeerd om op die manier een juiste drainage van regenwater te garanderen, na verzadiging van de bufferfunctie wordt overtollig water afgevoerd.

Hoe complex is het uitvoeren van onderhoud op Mobiroof, en wie gaat dat dan doen?
Het onderhoud op Mobiroof is relatief eenvoudig. Bemesting in het voorjaar en terugknippen in het najaar direct na de bloei rond eind juni (bij voorkeur) of begin oktober is in de regel voldoende, de beplanting kan immers langdurig zonder water. Uitgebreide beschrijving staat in het Mobiroof groendakcertificaat. Dit certificaat blijft achter bij de eigenaar/beheerder van het groendak, deze kan dan dus ook het onderhoud voor zijn rekening nemen. Indien een regulier onderhoudscontract op betreffend dak van toepassing is, staat het de klant vanzelfsprekend vrij om dit aanvullend op te nemen.

Isoleren

Wat is een lambdawaarde (?)?
De λ-waarde of lambdawaarde van een isolatiemateriaal geeft aan in welke mate het materiaal de warmte geleidt, uitgedrukt in W/m.K. Hoe lager de λ-waarde van het materiaal, hoe beter het dus isoleert en warmteverlies tegenhoudt.
Koper heeft een lambdawaarde van ca. 370,00 W/m.K en geleidt dus zeer goed, maar isoleert daarentegen dus zeer slecht. De TR26 Pir isolatie heeft een gunstigere lambdawaarde vanaf 0,020 W/m.K.
Wat is een Rd-waarde?

De Rd-waarde of warmteweerstand van een materiaallaag is de weerstand die de laag biedt tegen warmteverlies. Hoe groter de Rd-waarde hoe beter de materiaallaag isoleert. De Rd-waarde van uw isolatie hangt af van de dikte van de isolatielaag en de lambdawaarde van het isolatiemateriaal. De warmteweerstand van een laag wordt bepaald met: R = d / λ. Daarin is R de warmteweerstand in m2.K/W, d de dikte van de laag in m en λ de thermische geleidbaarheid in W/(m.K) van het materiaal van de laag.

Wat is een Rc-waarde?
De Rc-waarde is de totale warmteweerstand van een constructie, d.w.z. de weerstand van een constructie tegen warmte doorgang. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter het isolerende vermogen van de constructie. De Rc-waarde wordt berekend volgens de NEN 1068.  Deze norm geeft een rekenmethoden voor de bepaling van de warmteverliescoëfficiënt door transmissie van gebouwen of delen van gebouwen en de warmteweerstand van afzonderlijke scheidingsconstructies (Rc) van een gebouw.
Wat zijn koudebruggen? En hoe kan ik dit voorkomen?
Koudebruggen zijn plaatsen waar de isolatie onderbroken is, waardoor warmteverlies optreed. Op die plaatsen bestaat het gevaar voor vochtafzetting door condensatie. Koudebruggen kunnen bestaan bij detail aansluitingen van bijv. de muur naar ramen, deuren en dergelijke. Om dit te voorkomen moet de isolatie goed op elkaar en op constructiedelen aansluiten.
Wanneer moet ik een dampremmer gebruiken?

Dampremmende folie wordt toegepast om vocht uit een constructie te weren van binnen naar buiten. Iedere bewoner laat gemiddeld 2 liter woonvocht per dag achter in huis door koken, douchen, transpireren en dergelijke. Dit woonvocht zorgt, afhankelijk van de wijze van verwarming en ventilatie, voor een bepaalde luchtvochtigheid van onze leefruimtes. Door een natuurlijk proces zoekt damp zich een weg naar buiten. Wanneer het vocht vanuit de warme zijde in aanraking komt met koude lucht, treedt condensatie op. Vaak is dat aan de bovenkant van de isolatie. Daarom moet bij voorkeur op een plat dak onder het isolatiemateriaal een pe-folie worden toegepast. Bij extra vochtige binnenruimtes zoals een badkamer wordt een dampwerende folie geadviseerd. Overtollig vocht moet in alle gevallen via (extra) ventilatie afgevoerd worden.

Wij adviseren bij elke onderconstructie het gebruik van een dampremmer (gebruik géén tolerantiefolie) om zo het vocht in de constructie te minimaliseren. Ook bij een houten dakbeschot zit het douwpunt bovenin de isolatie, waardoor er condensatie kan optreden tegen de eerste koude laag. Met het gebruik van de juiste dampremmer wordt dit tot een minimum beperkt.

Hoe bevestig ik een dampremmende laag?

De dampremmende folie/PE-folie wordt rondom luchtdicht afgewerkt (geplakt), zodat vocht geen kans heeft om naar buiten te treden. Begin in een hoek en breng de folie 50 mm boven het isolatiepakket aan. Gebruik voor de overlap 100 mm en plak de naden met dubbelzijdig tape aan elkaar vast. Eventuele beschadigingen kunnen afgeplakt worden.

Voorkomen van wegbranden Pe-folie bij een bitumen dakopbouw

Voorkom het wegbranden van een pe-folie onder een bitumen toplaag, door voor het opgaande werk de Royal ZK te gebruiken. Royal ZK is een zelfklevende bitumen randstrook die veilig en zonder branden geplakt wordt.

Bitumen daken

Kan Royalgum bitumen dakbedekking eenlaags aangebracht worden?

De bitumineuze APP dakbedekking Royalgum kan als enkele toplaag worden toegepast op een bestaande niet gemineraliseerde dakbedekking. Dan spreekt men van volledig branden op de onderliggende laag. De stormveiligheid is dan geregeld door de bestaande lagen of door een ballastlaag van grind of tegels. Uiteraard dient dit te worden gecontroleerd.

Bij toepassing rechtstreeks op isolatie, hout, beton is een onderlaag noodzakelijk. Deze onderlaag moet op de soort ondergrond worden afgestemd.

De plakplaten van hemelwaterafvoeren en ventilatiedoorvoeringen worden tussen onderlaag (of bestaande bitumenondergrond) en toplaag ingewerkt met manchetten van Royalgum.

Let wel op dat de eerste randstrook een strook is, welke zonder open vuur wordt aangebracht (bijv. een zelfklevende onderlaag).

Brandgevaar

Aan welke eisen moet een brandblusser voldoen?
Brandblussers moeten gekeurd en verzegeld zijn. Ook moeten ze worden geplaatst op een zichtbare, goed bereikbare plaats, zo dicht mogelijk bij de werkplek. De
kortste weg naar de brandblussers moet veilig, ononderbroken en obstakelvrij zijn.
Maximaal drie werkplekken op een dak mogen gebruikmaken van dezelfde brandblussers.
De werking van de brandblussers moet betrouwbaar zijn en minimaal
één keer per jaar worden beoordeeld en gekeurd.
Hoe vaak moeten draagbare blustoestellen worden onderhouden?
De wetgeving (artikel 6.31 lid 4 Bouwbesluit) en de norm NEN 2259 in samenspraak met de verzekeraars schrijven voor dat aan draagbare en verrijdbare toestellen ten minste eenmaal per jaar onderhoud moet worden uitgevoerd. Afhankelijk van de conditie van de blustoestellen,
de voorschriften van de fabrikant of de plaats van de blusmiddelen (bijvoorbeeld
corrosieve atmosfeer of zeer regelmatige transporten van blustoestellen) kunt u dit onderhoud vaker laten uitvoeren.
Wat zijn de regels rondom brandblussercontrole?
Sinds de Nederlandse Norm NEN 2559 (draagbare blustoestellen met een maximaal gewicht van 20 kg) in 2001 in werking trad, bent u als bedrijf of instelling verplicht jaarlijks controle uit te laten voeren op uw brandblussers en haspels en, waar nodig, te laten reviseren of defecten te laten repareren. Na 10 en na 15 jaar wordt een complete revisie gedaan. Na 20 jaar moet de brandblusser buiten gebruik worden gesteld en worden vervangen door
een nieuwe.