Dakaannemer hoort tijd te krijgen om zijn vak uit te oefenen.

Het wordt er voor de dakaannemer niet makkelijker op. Werk is er inmiddels voldoende. De vraag is: hoe krijgen we het nog uitgevoerd? Nieuwbouw stagneert steeds vaker. Regelgeving wordt uitgelegd naar zero tolerance. Onder druk van kleine groepen ‘belanghebbenden’ worden bouwwerken stilgelegd of uitgesteld, met alle gevolgen van dien. Het milieu is belangrijk, maar in Nederland lopen zaken vast door regeldruk. Bij buurlanden in Europa is er ergens toch nog een tolerantie van een paar procent. Daar wordt gezorgd voor de voortgang van lopende projecten en projecten die voor uitvoering staan.

Ook ons vak heeft last van deze regeldruk. Op landelijk, maar zeker ook op lokaal niveau. Soms lijkt het alsof de dakaannemer de nieuwe melkkoe is om begrotingen op lokaal niveau sluitend te krijgen. Vergunning hier, vergunning daar. Gevolg: het werk begint later, verloopt trager en de tijdsdruk geeft de kwaliteit van uitvoering nog wel eens een deuk.

Vooral in groot-binnenstedelijke gebieden is tijd, door regelgeving en vastlopend verkeer, zo langzamerhand een niet onbelangrijke factor in de aanneemsom. Hierdoor ontstaat al snel een vreemde concurrentieverhouding. Linksom of rechtsom: ook de dakaannemer heeft recht op een gezonde bedrijfsvoering met de daarbij noodzakelijke winstopslag. Tel dit op bij het tekort aan kundig personeel dan is de toekomst van de daken al snel uitgetekend.

Helaas herhaalt hier de geschiedenis zich. In tijden dat de werkdruk omhoog gaat zal het met de kwaliteit – lees: levensduurverwachting zonder problemen – niet zo best zijn gesteld. Negatieve energie in de jaren erna om deze faalkosten zo beperkt mogelijk te houden, leidt tot het in stand houden van een imago dat de dakaannemer in algemene zin niet verdient. Ook hij is de vakman!

Sterker nog: degene die de belangrijkste gevel van een gebouw onder handen heeft. Ruimte om hem goed op te leiden, om kundig personeel aan te nemen en om hem voldoende tijd te gunnen om zijn vak uit te oefenen krijgt hij niet, maar die hoort hij wel te krijgen.

Gelukkig zien we rondom ons heen een lichte verbetering hierin ontstaan. De dakaannemer speelt daarin ook zelf een belangrijke rol. Hij zal moeten kiezen of een werk wel of niet op een gezonde manier is af te sluiten. Hij heeft het opleidingstraject van zijn personeel in beeld. Natuurlijk zal de werkdruk opleidingstijd aantasten, maar de afweging om te eindigen met faalkosten zorgt voor de juiste beslissingen.

De hele bouwkolom zal hier meer begrip voor moeten krijgen, zodat de dakaannemer in zijn beslissingen wordt gesteund. Op deze wijze moeten de projecten op een normale en vlotte wijze zonder faalkosten kunnen worden opgeleverd. Daar hebben alle partijen baat bij. Minder hinder binnen de stedelijke gebieden, kortere belasting van ons leefklimaat, kwaliteit die wordt geborgd, meer plezier bij de dakaannemer en uiteindelijk een tevreden gebouweigenaar met minder faalkosten. Als we met alle partijen een beetje begrip voor elkaar kunnen opbrengen en ons daarin positief opstellen, hebben we ook de kans tot mooie bouwwerken te komen waarbij de (gebruiks)daken geen bron voor discussie zijn. En loopt het eenmaal goed tussen partijen, dan komt het met het imago van de dakenbranche ook wel goed.


Martin Beckers

Martin Beckers  dakspecialist

Speciaal voor alle vakmannen en dakdekkers houdt Martin de laatste nieuwtjes in de gaten. Hij deelt graag zijn opinie over het reilen en zeilen in de bouwbranche, met name wat er op het dak speelt. Zijn columns zijn ook te lezen in TOP magazine.

Bekijk top magazine

Deel dit bericht: